6 januari 2026

In retrospectief: Riet en Jan de Wit


De avond begon zoals gebruikelijk met de column van Raymond Clement die er een ware laudatio van maakte en zijn waardering uitsprak voor de goede politici die Jan en Riet de Wit zijn, terwijl ze toch rood zijn en lang niet kleurloos zoals hun achternaam doet vermoeden.

In het interview kwamen we er achter dat Jan en Riet zich al jong – in de zeventiger jaren -  voelden aangetrokken tot de SP met de standpunten en actiegerichtheid die hen aanspraken. Geïnspireerd door de filosofieën die in die tijd opgang deden -  het Marxisme en de Frankfurter Schule -  wilden ze de wijken zoals Beersdal en Eikenderveld in om hun ideeën daar vorm te geven en uit te dragen met de mensen die daar woonden in plaats van in ‘kletscollege’s’ te gaan discussiëren over diezelfde mensen en op die aanpak - waarvan de SP zich nog altijd bedient - zijn ze nog steeds trots.

De SP ging van 1 naar 3 en toen naar 6 zetels in de raad van Heerlen waar Riet zich in eerste instantie het meest thuis voelde op de achtergrond, maar ze werd door de fractievoorzitter al gauw op de voorgrond gezet met grote onderwerpen en pakte de kansen die deze leerschool haar bood met beide handen succesvol op.

Gevraagd naar de vele stemmen die Geert Wilders krijgt antwoordden beiden dat hij welbeschouwd niet stemt in het belang van de mensen die op hem stemmen, maar dat veel mensen dat jammer genoeg onvoldoende doorzien, vaak zijn die stemmen tegenstemmen. De SP zou het inzicht van veel mensen door betere campagnes moeten verbeteren en duidelijk maken dat de SP wel opkomt voor de gewone mensen.

Ze keken met veel genoegen terug op het wapenfeit dat de SP ooit met 25 zetels in de Tweede Kamer zat ondanks dat hun partij toen niet in de regering kwam. De operatie Hartslag, het Maankwartier, de nieuwe inrichting van het Schelmenhofje en de herbestemming van huis de Luijff zijn ook dingen waar Riet trots op is. Jan heeft in de Tweede Kamer het oprukken van het neoliberalisme kunnen afremmen, de sociale voorzieningen ongedeerd kunnen houden en telefonische oplichting een halt kunnen toeroepen.

Niet alles is gelukt, uiteraard, een goede treinverbinding met Aken en Maastricht is er nog steeds niet, het Arcus is uit de binnenstad verdwenen en keert (nog) niet terug,

Als laatste vertelde Riet over het matriarchaat waar ze in de jaren zeventig tegenaan liepen toen ze met de Tribune langs de deuren gingen en daar 75 cent voor vroegen. Het standaard antwoord was, dat de vrouw niet thuis was en dat zij de beurs bij zich had, maar als de vrouw wel thuis was riep ze over haar schouder vanuit de keuken ‘Dat hoeven we hier niet.’ en ook dan was de kous af.

Niettemin zaten er de hele avond twee ongeknotte oprechte idealisten te stralen op het podium.

De column van Ramond Clement vind je hier

 

Nieuwsbrief